 |
| Sinds 1845 natuurreservaat |
De Hoge Venen
De Hoge Venen, in het Oosten van de Provincie Luik, is één van de meest waardevolle natuurgebieden van België en verdient een bijzondere bescherming.
Het strenge klimaat van deze streek, gepaard gaande met hevige neerslag, lange en koude winters en een lage gemiddelde temperatuur (6.1°) heeft het mogelijk gemaakt tal van uiterst zeldzame noordelijke-, atlantische- en bergplanten te behouden.
Het huidige veenlandschap is grotendeels gevormd onder invloed van de mens. De oude landbouq- en veeteeltpraktijken, zoals het weiden, het bestrijden van kreupelhout, het binnenhalen van hooi en de ontginning van turf hebben geleid tot de vorming van open ruimten. Tot in de Middeleeuwen daarentegen waren de Hoge Venen nog voor 90 % bebost. Vanaf omstreeks 1840 (in de Pruisische periode) werd heel wat heideland herplant met sparren.
Dit is de enige natuurlijke biotoop die tot op heden nog steeds bestaat. De handhaving ervan vereist aanzienlijke beschermingsmaatregelen. Met het oog op het behoud van de fauna en flora van de Hoge Venen werd een oppervlakte van 4.500 ha berschermd als natuurreservaat (reeds in 1957). Dat reservaat kreeg in 1966 het Europees diploma voor natuurbehoud.
Wandelen en lanlaufen zijn geliefde vrijetijdsbestedingen van amateurs die in zomer en winter de streek bezoeken. Natuurinitiatiecentra alsmede de sites van de "Baraque Michel", de "Mont-Rigi" en de "Signal de Botrange" (het hoogste punt van België – 694 m) zijn beijsonder aangewezen voor het vertrek van een tocht door de Venen.